Deze Pjetrowietsj woonde ergens op een vierde verdieping met den ingang langs den zwarten trap en geneerde zich vrijwel (ofschoon hij maar één oog had en over zijn geheele gezicht van de pokken geschonden was) met het herstellen van broeken en frakken van ambtenaars en particulieren, natuurlijk alleen als hij nuchter was en geen andere voornemens koesterde.
Uit 'de mantel' van N.W. Gogolj
vertaald door Z. Stokvis, N.V. Wereldbibliotheek - Amsterdam 1934
Geen opmerkingen:
Een reactie posten